Vrijmetselarij Loge Vincent la Chapelle


Ga naar de inhoudsopgave

Jaap

de Loge > Broeders over de loge

“Vincentianen zijn echt geen heiligen”

Eerder al eens in de krant een kleine advertentie gezien voor een dag voor belangstellenden van een loge uit Dordrecht. Leek me wel wat. Mijn vriend Leen, een oud-kapitein (mijn secretaresses gaven hem de bijnaam “Kapitein Brulboei”) was lid van een Loge in Den Haag. Hij had mij jaren eerder al eens gezegd: “Jaap, jij bent een ruwe steen. In jou zit een zuivere kubiek. Er moet alleen nog wat aan gebeiteld worden”. Ik begreep die merkwaardige opmerking maar half. Wat mij toen nogal afschrok was de gedachte dat anderen aan mij zouden gaan beitelen… Nu, naar aanleiding van die advertentie, wist Leen mij te vertellen dat “zijn” Loge ook regelmatig avonden voor belangstellenden organiseerde. Hij zou mij er voor opgeven. Intussen kreeg ik een dik boek (ik herinner mij ene
Dierickx ) over de Vrijmetselarij in mijn handen gedrukt. Ik kan mij niet herinneren dat ik het (helemaal) heb gelezen, maar ik kon heel goed merken dat Leen en ook zijn vrouw Roos warm liepen voor die club in Den Haag.

De avond voor belangstellenden stond op het programma. Ik besloot mij niet deftig op te dirken. Gewoon mijn spijkerbroek met bretels, een trui, mijn groene colbert en mijn hoed. Ik had (toen) nog een baard (en een paarden staart). Ik was benieuwd;

Ik herinner mij een gezellige warme sfeer. Er werd een lekkere wijn geschonken en ene Ernst zou wat gaan vertellen. Ik verbaasde mij over zijn kleurige taalgebruik, een beetje een kakker vond ik eerst, maar hij had ook het bijzondere vermogen om iedereen op zijn gemak te stellen. Leen liep er ook rond. Hem hoorde ik al voordat ik de ruimte betrad. Meer kerels waarvan ik mij afvroeg, ze zijn zo verrekte verschillend; hoe gaat dat in vredesnaam met elkaar om? Ik genoot van die sfeer van onderlinge vriendschap zonder klef gedoe. De diverse vragen van belangstellenden werden uitvoerig beantwoord. Vaak wilde men meer weten over de “inwijding” en dan zag ik dat die vrijmetselaren onderling de nodige ondeugende blikken met elkaar uitwisselden. Eén antwoord stelde mij gerust: “Er gebeurd niets dat jij zelf niet wilt”. Deze avond heeft eerder mijn nieuwsgierigheid dan mijn belangstelling gewekt. Zelf had ik geen vragen. Dan had ik er waarschijnlijk beter aan gedaan om toch dat dikke boek te lezen. Ik voelde mij er thuis. Waarom? Dat kon en kan ik niet verklaren.

Door mijn werk ben ik maar heel af en toe in de gelegenheid om “mijn” Loge te bezoeken. Vroeger woonde ik iets dichter in de buurt. Dan ging dat wat makkelijker. Ik heb deze Loge ervaren als een plek waar heel veel mag en waar helemaal niets “moet”. Ik heb vele vriendschappen zien opbloeien. Lief en leed werd gedeeld. Ik heb mensen zien komen en gaan. Soms ontstonden er spetterende meningsverschillen. Dat hoort er gewoon bij. Vincentianen zijn echt geen heiligen. Maar het is mooi – na al die jaren – te mogen concluderen dat er nooit op de man wordt gespeeld. De broeders (ik moest echt wel wennen aan die maffe aanspreektitel) hebben mij laten ervaren dat deze Loge een veilige plaats is waar mensen van allerlei rangen en standen op basis van gelijkwaardigheid hun gedachten en bezieldheid kunnen spiegelen aan elkaar, zonder dat er gevaar is dat anderen met jouw plasje naar de dokter gaan.

Niks geheimzinnigs aan dus. Tsja, er zijn een paar huisregels. Die zijn echter zo vanzelfsprekend. Als deze (eeuwenoude) afspraken ook zouden worden gemaakt bij bedrijven, verenigingen, kortom, overal waar mensen dienen samen te werken, dan zou de samenleving er hoogst waarschijnlijk heel wat vriendelijker uit kunnen zien. Afijn, er is dus nog genoeg werk aan de winkel. Voor u en voor mij…

Jaap


Submenu:


Terug naar de inhoudsopgave | Terug naar het hoofdmenu