Vrijmetselarij Loge Vincent la Chapelle


Ga naar de inhoudsopgave

Veel gestelde vragen internationaal

Meer informatie

Vraag 1.
Hoeveel leden telt de Nederlandse Orde van Vrijmetselaren en hoe groot is het aantal loges?

Antwoord:
Op 1 januari 2005 bedroeg het aantal leden van de Orde 6124. Op het grondgebied van Nederland werkten 147 loges. De grote steden tellen meer loges. In kleinere plaatsen waar maar één loge is gevestigd, heeft die vaak het karakter van een streekloge. Een loge telt meestal 30-40 leden, met uitschieters naar boven en naar beneden



Vraag 2.
Waarom spreekt men van een Orde en niet van een vereniging?

Antwoord:
De benaming Orde wil tot uitdrukking brengen dat wordt gestreefd naar de verwezenlijking van een hooggesteld ideëel doel: het vormen van een broederschap met een eigen erecode. Ze stelt aan een lid hoge eisen, zoals zich door voorbeeld en gedrag te onderscheiden, meer dan doorgaans gebruikelijk is in een vereniging.



Vraag 3.
Vrijmetselaren gebruiken het woord broederschap. Wat houdt dat in?

Antwoord:
Het woord broederschap geeft in de eerste plaats aan dat vrijmetselaren zich onderling verbonden voelen in de beleving van rituaal en symbool. Ze hebben een gemeenschappelijke levensvisie in die zin dat zij leven en wereld beschouwen als een te voltooien bouwwerk.

In de belofte bij de toetreding wordt het eerbiedigen van het karakter van de Orde als besloten vereniging verlangd. Dat geldt niet alleen voor het ritueel gebeuren, maar ook voor vertrouwelijke gesprekken over persoonlijke zaken, Men moet ervan uit kunnen gaan dat wat men een ander daarover toevertrouwt binnen de beslotenheid van de loge blijft.Het houdt niet alleen de bereidheid van een luisterend oor in, maar ook eventueel het verlenen van daadwerkelijke hulp.



Vraag 4.
Van wanneer dateert de huidige vrijmetselarij als organisatie?

Antwoord:
Nadat de vrijmetselarij vanaf ca. 1600 in Schotland, Engeland en Ierland tot ontwikkeling was gekomen besloten in 1717 vier in Londen gevestigde loges om samen te gaan werken en een zogeheten grootloge te stichten. Aan de hand van beschikbare oude documenten heeft een commissie onder leiding van de predikant James Anderson het wetboek voor deze eerste grootloge opgesteld. Dit document werd in 1723 gepubliceerd nadat het door de grootloge was goedgekeurd. Deze Constitutions of the Free-masons hebben als voorbeeld gediend voor de regelgeving in vrijwel alle andere landen toen de vrijmetselarij daar tot ontwikkeling kwam.



Vraag 5.
Van wanneer dateert de vrijmetselarij in Nederland?

Antwoord:
De eerste loge werd in 1734 opgericht in Den Haag. De vrijmetselarij in Nederland is in haar beginjaren sterk in haar rituele ontwikkeling beïnvloed vanuit Frankrijk. Nederlandse vrijmetselaren duiden zichzelf dan ook wel aan als maçons; het zelfstandig naamwoord maçonnerie en het bijvoeglijk naamwoord maçonniek wordt frequent gebruikt in de Nederlandse vrijmetselarij.
In de daaropvolgende jaren werden in tal van plaatsen loges opgericht. Als stichtingsjaar voor de Nederlandse vrijmetselarij geldt 1756. Toen besloot een tiental in ons land gevestigde loges tot oprichting van de ‘Groote Loge der Zeeven Vereenigde Nederlanden’ met als standplaats Den Haag. Na de bevrijding van het Franse juk in 1813 werd de huidige benaming ‘Orde van Vrijmetselaren onder het Grootoosten der Nederlanden’ gekozen. Kortheidshalve is ze in het vervolg van dit boekje de Orde genoemd.



Vraag 6.
In hoeverre is de vrijmetselarij internationaal?

Antwoord:
Iedere erkende grootloge is autonoom. Zij is uitsluitend bevoegd binnen haar eigen rechtsgebied en over de loges die onder haar ressorteren. Wel onderhouden deze grootloges vriendschappelijke betrekkingen, maar die hebben een vrijblijvend karakter. Er is dan ook geen sprake van een internationaal overkoepelend bestuur of een internationale grootmacht die de vrijmetselarij over de hele wereld zou dirigeren. De Nederlandse Orde onderhoudt vriendschappelijke betrekkingen met circa 150 grootloges over de gehele wereld.



Vraag 7.
Kan een Nederlandse vrijmetselaar deelnemen aan een bijeenkomst van een buitenlandse loge?

Antwoord:
Ja, dat geldt in ieder geval voor de meester-vrijmetselaar en vaak ook voor leerlingen en gezellen. Wel dient men in principe in het bezit te zijn van een introductiebrief. Die kan via de secretaris van de eigen loge aangevraagd worden bij het secretariaat van de Orde.




Bron: www.vrijmetselarij.nl



Terug naar de inhoudsopgave | Terug naar het hoofdmenu